‘Ik dacht dat ik God was’

Louise de Graaf


Het leven lacht Natasja de Hollies lange tijd toe: ze was getrouwd met haar jeugdliefde, had twee dochters, een mooi huis. “Mijn man had een zaak in de elektrotechniek, die goed draaide. Ik had sinds mijn 19de een bruidsmodezaak, maar had die verkocht toen ik zwanger was van de eerste. Nu zorgde ik fulltime voor de kinderen. We deden veel leuke dingen, gingen vaak op vakantie. Ja, echt een leven om door een ringetje te halen.”

Eerst je eigen zuurstofmasker op

“Maar wat ik niet deed, was dingen voor mezelf doen. Sporten, lunchen met vriendinnen, even eruit met mijn man. Dat kwam niet in mij op, net zoals het niet opkomt in heel veel jonge moeders. Later heb ik wel geleerd hoe belangrijk dat is, eerst je eigen zuurstofmasker opzetten.”

Lees ook

Groot deel nieuwe moeders heeft psychische klachten

Als de meisjes 5 en 8 zijn, gaat het mis. “Ik kreeg last van ernstig slaaptekort. Mijn man snurkt, ik zeg weleens dat dat het enige probleem is in onze relatie, want daardoor word ik vaak wakker. En een van mijn dochters kreeg last van heftige nachtmerries, waardoor ik de hele nacht lag te luisteren of ze me nodig had.” 

“Alle kinderen slapen weleens slecht, hebben nachtmerries. En alle moeders zijn moe. Dus dit hoorde er gewoon bij, dacht ik. Veel te laat had ik door dat het me opbrak. Nu denk ik: mensen niet laten slapen is niet voor niets een marteltechniek. Een paar maanden hield ik het vol. Toen at ik niet, sliep ik niet. Ik stortte volledig in. Zelfs slaapmedicatie hielp niet.”

‘Spuit me alsjeblieft plat!’ 

Tijdens een vakantie in Dubai gaat het zo mis, dat ze vroegtijdig terugvliegen naar huis. Natasja laat zich vrijwillig opnemen in een privékliniek in België. “Daar vroeg ik of ze me alsjeblieft wilden platspuiten. Als ik maar éven kon slapen, al was het een paar uur.” Dat deden ze niet, wel kreeg Natasja allerlei therapieën, yoga, mindfulness… “Elke nacht sliep ik daardoor een klein beetje meer, totdat ik vier uur per nacht kon slapen. Het is niet veel, maar was zo’n verschil met daarvoor.”

“Wat ook hielp, was dat mijn man in de tussentijd ons huis had verkocht. Het huis waarin mijn dochter die nachtmerries had, in welke kamer ze ook sliep. Die had ze niet als we op vakantie waren of ze bij vriendinnetjes sliep. Je huis verkopen doe je natuurlijk niet zomaar, maar we zagen geen andere uitweg. Toen hij vertelde dat het was gelukt, viel er zo’n last van mijn schouders dat ik mezelf vroegtijdig heb ontslagen uit de kliniek. Nu kan ik het wel alleen, dacht ik.”

“Het voelde alsof ik continu een rebus moest oplossen. Ik herkende mijn vrouw niet meer terug.”

Natasja pakt haar leven weer op. Drie maanden lang krabbelt ze steeds meer op. En dan ‘slaat de manie in mijn hoofd’. Zoals ze in haar recent verschenen boek Toen mama verdween, van doodgewone huismoeder naar doorgedraaide diva (en terug) schrijft, besluit ze om eigenhandig een weeshuis te gaan bouwen in Oeganda, wat dan – zo vindt ze zelf – gefilmd kan worden voor Videoland. Ze denkt dat ze God is die de wereld kan redden. Of een wereldberoemde ster. Ze slaapt weinig, ‘niet omdat ik de slaap niet wilde vatten, maar omdat mijn leven zo geweldig was en mijn plannen zo mooi’.

“Het slaaptekort had mijn hersenen zoveel schade toegebracht. Normaal word je van slaaptekort depressief, somber, zo moe dat je niet meer kunt. Maar in die manie heb je energie voor 1000. Ik was verslaafd aan mijn telefoon, sprak wartaal, had grootse ideeën. Ik dacht dat iedereen gek was, behalve ik. Ik was echt op een andere planeet.”

Heftige situaties

Het veroorzaakt heftige situaties waarin Natasja haar man Mike zelfs slaat en schopt als hij niet meegaat in haar ideeën. Mike schrijft in het boek dat ze steeds minder aandacht kreeg voor haar kinderen. En: “Ze ging zich sexy kleden, ze staarde verlekkerd naar zichzelf in de spiegel nadat ze een plamuurlaag aan make-up had aangebracht, ze maakte de hele dag foto’s van zichzelf en sloeg wartaal uit waar geen knoop aan vast te knopen was. Het voelde alsof ik continu een rebus moest oplossen. Ik herkende mijn vrouw niet meer terug.”

Lees ook

‘Mama is moe’: wat zeg je tegen je kind als je een burn-out hebt?

Mike doet meerdere keren pogingen om hulp te krijgen, maar omdat Natasja vindt dat het allemaal geweldig gaat, staat hij met zijn rug tegen de muur. Totdat niet alleen hij, maar ook twee vrienden van hem de huisarts bellen en hun zorgen uitspreken. Het is dan december, een paar dagen na sinterklaas. 

In de dagen daarvoor heeft Natasja schreeuwend aan de telefoon gehangen met 112 omdat ze denkt dat Mike doodgaat (hij blijkt galstenen te hebben) en in het ziekenhuis tegen de artsen schreeuwt dat ze niet weten wat ze doen, en dat zij ‘een arts zonder diploma’ is. Ze heeft na een ruzie de politie gebeld met de mededeling dat Mike suïcidaal is, tegen een verpleegster gezegd dat ze de zus van Whitney Houston is, op een begraafplaats tegen een kerkdeur staan schoppen.

Doodsbang voor ‘dakloze’ 

Die bewuste dag spreekt Mike met een vriend af dat hij Natasja en de kinderen meeneemt naar een hotel. Twee vrienden zijn daar ‘toevallig’ ook, om Mike te steunen en indien nodig hun dochters op te vangen. ‘s Avonds komen er drie ggz-medewerkers naar het hotel om Natasja te observeren.

“Met een kohlpotloodje heb ik noodkreten op mijn arm geschreven. Ik dacht dat ik het niet zou overleven.”

Die avond loopt Natasja door het hotel alsof ze de grootste wereldster is die er rondloopt. Tijdens een voetbalwedstrijd die in het restaurant wordt uitgezonden, vertelt ze alle andere gasten dat zij voorspellende gaven heeft en wanneer het volgende doelpunt zal vallen. Als ze naar buiten gaan om te roken, en de meiden achterlaten bij Mikes vrienden, zien ze een man die volgens Natasja een dakloze is die iets van haar wil. Doodsbang wordt ze ervan. Ervan overtuigd dat hij haar of haar gezin iets aan wil doen. Ze vlucht naar de wc.

Zodra ze daarvan afkomt, staat Mike voor de deur. Hij neemt haar mee naar buiten, naar een klaarstaande ambulance, waar ook de ‘dakloze’, een ggz-medewerker, staat. Ervan overtuigd dat ze de verkeerde hebben en het zo wel is opgelost, stapt Natasja in. 

“Die avond, vastgebonden op de brancard in de ambulance, was het eerste moment dat ik zelf ook dacht dat het misschien niet goed ging”, vertelt ze. “Ik dacht eerst nog: iedereen is gek geworden, ik ga zo naar huis, naar mijn kinderen, er is niets aan de hand.”

Noodkreten op arm geschreven

“In het ziekenhuis werd ik in een isoleercel geplaatst, met een grote bodyguard. Ik begon tegen de deur te bonken, weigerde medicijnen in te nemen. Maar na een tijdje was ik te moe en heb ik mijn verzet gestaakt. Nadat ik de medicijnen had ingenomen, ging de bodyguard weg. En toen dacht ik wel: er is iets fout met me. In mijn tas zat nog een kohlpotloodje, daarmee heb ik woorden en noodkreten op mijn arm geschreven. Ik dacht dat ik het niet zou overleven. En: als ze me morgen vinden, dan weten ze wat er is gebeurd.”

Lees ook

Hanna Verboom onderzocht waarom zoveel mensen mentaal in de knel zitten: ‘Verbinding is zoek’

Drie weken lang blijft Natasja in haar manie. De andere patiënten waren haar vrienden, de verpleging haar butlers, die haar in de watten legden en eten brachten wanneer zij daar zin in heeft. “Ik had niet eens door dat ik daar zonder mijn man en kinderen was. Zo ernstig ziek was ik.”

‘Ik ben ziek, en niet zo’n beetje ook’

En dan beginnen de medicijnen hun werk te doen en mag Natasja zonder begeleiding even naar buiten, op het terrein van het ziekenhuis. “Ik had inmiddels door dat ik mijn kinderen al weken niet had gezien, en miste ze verschrikkelijk. Daarom ging ik naar het ziekenhuiswinkeltje om knuffeltjes voor ze te kopen. Toen ik terugkwam, wist ik niet hoe ik naar binnen moest. Ik had geen pasje, geen code. En toen zag ik het bord naast de deur: ‘IC psychiatrische afdeling’.”

“Een kwartier heb ik daar verslagen gestaan. Ik dacht: dit kan niet waar zijn. Ik heb nooit ook maar de minste psychische problemen gehad. Maar als je hier zit, dan ben je ziek, en niet een beetje ook, besefte ik. Daarna heb ik een uur gesproken met een begeleider, die me vertelde over de heftige manie waarin ik had gezeten en wat er allemaal was gebeurd. Ik wist niet waar ik het zoeken moest toen ik dat allemaal hoorde. Het klonk zo niet als ik.” 

“In januari kwam ik uit de kliniek, en in mei was ik zwanger. Achteraf was dat een groot risico, maar het deed me zo goed.”

Nu het besef er is dat het echt niet goed gaat, zet Natasja alles op alles om beter te worden. Na een week mag ze naar huis, met ambulante zorg, een verpleegkundige die dagelijks langskomt, gesprekken bij de ggz-instelling. Het zal nog 1,5 jaar duren voordat ze echt hersteld is. “In die tijd is Mike echt mijn mantelzorger geweest. Hij bracht de kinderen naar school, haalde boodschappen, deed het huishouden, allemaal naast zijn werk.” 

Angst- en paniekaanvallen

“Ik kon geen prikkels verdragen, had angst- en paniekaanvallen. Het was verschrikkelijk. En ik moest de medicijnen afbouwen die ik in het ziekenhuis had gekregen. Een stemmingsstabilisator (lithium) en een antipsychoticum waar je ook goed op slaapt. Door het afbouwen ging ik heel erg terug naar wat er allemaal was gebeurd, ging ik slechter slapen, wat ook weer angsten veroorzaakte. Ik moest leren vertrouwen op mijzelf, maar dat is eng als je zoiets hebt meegemaakt.”

En er gebeurt nog iets opvallends in die periode: Natasja raakt opnieuw zwanger. “In januari kwam ik uit de kliniek, en in mei was ik zwanger. Achteraf was dat een groot risico, met alle hormonen enzo. Maar het deed me zo goed, door de zwangerschap had ik ook weer een doel.”

Lees ook

Stephanie was de ‘gelukkigste vrouw van Amsterdam’, maar belandde in ‘n zware depressie

Een nieuwe baby betekent natuurlijk ook slaaptekort. “Dat hield me bezig. Ik dacht dat gaat niet meer, niet nog een keer. Gelukkig zei Mike: ‘Jij hebt alle nachten gedaan met de meiden, nu is het mijn beurt. Jij gaat loslaten en slapen.’ Dat was heel moeilijk, maar gelukkig hadden we de makkelijkste baby ever. Na een paar weken sliep hij volledig door.”

Taboe doorbreken

Inmiddels gaat het goed met Natasja en haar gezin. Bang dat ze nog een keer in een manie terechtkomt, is ze niet. “Maar ik moet wel opletten. Als ik bijvoorbeeld naar een bruiloft ga en om 3 uur ‘s nachts in mijn bed lig, dan moet ik tot 12 uur slapen. Anders moet ik drie dagen bijkomen. Verder moet ik sporten, elke dag veel wandelen en gezond eten. En af en toe moet ik mijn agenda leegvegen en besluiten dat het nu echt even tijd moet zijn voor mezelf.”

“Een arts zei tegen me: ‘Je moet je voorstellen dat je in een manie een veel te snelle Ferrari bent die niet kan remmen.’ Mijn hoofd heeft dus heel veel overuren gemaakt, dat haal ik niet meer in. Maar als ik goed voor mezelf zorg, dan gaat het goed.”

“Ik wil heel graag het taboe doorbreken op mentale ziekten. Ik ben bij lotgenotengroepen geweest en er is zoveel schaamte. Ik hoop dat ik dat met mijn boek kan openbreken. Dat ik kan laten zien dat het echt iedereen kan overkomen, dat mensen die erin zitten, niet alleen zijn. En dat ze het waard zijn en beter kunnen worden. Dat hulp fijn is, en ze er alleen om hoeven te vragen. Dat laatste heb ik te lang niet gedaan, anders was het waarschijnlijk niet zo ver gekomen. Dat is een belangrijke les waarvan ik hoop dat anderen er ook wat aan hebben.”

Klik hier voor meer Lifestyle



Website

Lees ook deze artikelen

Leave a Comment