In mei was het leven 3,3 procent duurder dan in dezelfde maand van een jaar eerder. De inflatie was wel minder hoog dan in april.
Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De prijzen stijgen overigens nog altijd flink meer dan de doelstelling van 2 procent van de Europese Centrale Bank (ECB).
Voedingsmiddelen en tabak
De inflatie wordt voor een flink deel gestuwd door de hogere prijzen voor voedingsmiddelen, dranken en tabak. Hiervoor betaalde je maar liefst 7,1 procent meer dan een jaar eerder. Dat is maar nipt minder dan de stijging van 7,2 procent van april.
Maar niet iedereen rookt of drinkt alcohol. Het cijfer wordt vertekend door de hogere accijns op tabak. Om een idee te geven: in april stegen de prijzen van voedingsmiddelen, dus zonder tabak en alcoholische dranken, met 3,6 procent, dat is dus fors minder dan het cijfer voor de totale categorie voeding inclusief tabak en alcohol.
Diensten
Industriële goederen waren in mei 1,8 procent duurder dan een jaar eerder. Daarmee stegen deze producten zelfs nog wat meer dan in april, toen de prijsstijging hier 1,6 procent was. Diensten, hieronder valt een breed pakket aan producten zoals de kapper en verzekeringen, waren 3,8 procent duurder, dat is flink minder dan de prijsstijging van 5,6 procent in april.
Energie, inclusief benzine, was 1 procent goedkoper dan vorig jaar, maar in april was de prijsdaling hier maar liefst 3,2 procent.
Voorlopig cijfer
Alles bij elkaar is de inflatie terug op het niveau van januari. In de tussenliggende maanden was deze hoger. Maar het is voor het laatst in juni vorig jaar dat de prijzen minder hard omhoog gingen dan in mei.
De gepubliceerde prijsstijging is een voorlopig cijfer. De definitieve inflatiecijfers worden op 12 juni bekend gemaakt. Dan zullen we ook weten hoe veel de prijzen van gewone boodschappen stegen, dus zonder de invloed van de hogere accijns op tabak.
Rokers en woninghuurders hebben het meeste last van inflatie, blijkt uit deze video van twee maanden geleden:





